Beroepsallergie ( b.v. Q-koorts)

Ziektes die veel te weinig worden opgespoord!

Belangrijk voorbeeld is de Q-koorts.

Veroorzaakt door een bacterie?
Waarom worden maar enkele mensen daar ziek van terwijl de bacterie bij alle geiten gevonden kan worden?
De oorzaak wordt bij de geiten gezocht. Waarom niet bij de mens!!!

Wordt de bacterie bij de mens gevonden en dus de Diagnose Q koorts gesteld dan betekend dit dat er meer oorzaken voor de klachten te vinden zijn.

De arts is te snel tevreden met de gevonden laboratorium uitslag!

 


Onderscheid moet gemaakt worden met beroepsziekten (b.v. door asbest, of bij veel dierencontact) en werkgerelateerde aandoeningen ( b.v. rugklachten ).

Bij de allergie zal door het vele professionele contact met bepaalde stoffen langzamerhand een overgevoeligheid ervoor ontstaan.
Van alle werknemers met beroepsallergie ontwikkeld zich, door verkeerde behandeling, uiteindelijk ongeveer 30% beroepsastma.

Dus de werkomgeving moet bij klachten altijd aandacht krijgen!  


Afhankelijk waar de stof in contact komt met het lichaam zal de reactie optreden.
Dus zowel de huid als de neus of longen. Door kruisreacties kan een voedingsallergie ontstaan, met problemen in het hele lichaam.

De meest bekende prikkels zijn:

  • Voor de boer: kippen, koeien, varkens en geiten(Q-koorts).
  • Voor laboratoriumwerkers:  cavia’s, ratten en muizen.
  • Voor dierenverzorgers en dierenartsen: de meeste dieren.
  • Voor kwekers en Bloemisten: bloemen zoals chrysanten, planten zoals de Ficus benjamina, schimmels zoals paddestoelen, groenten zoals paprika.
  • Voor kappers, verpleegkundigen en schoonmakers: toxische stoffen en water.
  • mannen: gebruik van condooms
  • vrouwen: reactie op mannelijk zaad.

De meest bekende beroepsziekte is: Eczeem.
Maar de luchtwegen reageren hetzelfde, maar dit wordt minder goed onderzocht. ( b.v. Q-koorts)
Een verkoudheid of veel niesen is geen klacht die behandeld moet worden!

Zie brief Februari 2010 geschreven aan beroepsgroep Virologen. ( zie hieronder)

Andere voorbeelden van beroepsallergie:

  • Bakkers: Meel
  • Apothekers: Ipecacuanha
  • Ziekenhuispersoneel: Latex (rubber) Zie: Latex allergie
  • Biologen, Imkers: Insecten
  • Drukkers: Arabisch gom
  • Tandarts: Composietvullingen (Acrylaten ) en Kwik.
  • Dierenartsen: Veterinaire geneesmiddelen.
                           Het frequent en gedurende vele jaren contact met vogels. Zie b.v. : SARSVogelpest
  • Kapsters:  Nikkel
  • Leerbewerkers: Leerimpregnatiespray


Indirect kunnen er ook weer andere klachten ontstaan:

Bijvoorbeeld: Bij Ficusallergie bestaat een kruisallergie voor vijg, kiwi, papaja, avocado, banaan en ananas.


Diagnose:
    

Zelf:                Goed de verbanden leggen tussen het werk(contact) en de klachten.
                       Bijvoorbeeld op vakantie of tijdens het weekend geen klachten.

Door de arts:  Goed allergisch onderzoek. Dus niet alleen type I allergie onderzoeken.
                       De Type III allergie is zeer vaak de oorzaak, en wordt bijna nooit onderzocht! Zie: Allergieën


Behandeling:
Vanzelfsprekend is het verder zo veel mogelijk vermijden van de betreffende prikkel
het belangrijkst.
Is dit niet mogelijk dan kunnen soms praktische beschermingsmaatregelen uitkomst brengen.
Zo is het aardig om te vermelden dat in de kassen waar paprika wordt geteeld
nu bijen rond vliegen waardoor het aantal pollen in de lucht drastisch afneemt en de
werkers in de kas minder luchtwegklachten hebben.

Aan de werkgroep die zich bezig houdt met Q-koorts. Tevens andere belangstellenden.
 

Graag aandacht voor het volgende: 

Mag ik mij voorstellen:

Ik ben E.A. van Dishoeck, KNO-arts

Gedurende de periode dat ik praktiserend KNO-arts was heb ik mij in hoofdzaak in gespannen het vak Allergologie  onder de aandacht te brengen.
De oorzakelijke behandeling van slijmvliesziektes had meer mijn voorkeur dan het snijdende gedeelte. 

Ongeveer 15 jaar hoofd van de afdeling Allergologie van het Academisch Ziekenhuis ( Wilhelmina- en Binnen Gasthuis ) in Amsterdam. 9 jaar lang consulent in een Long-Astma Kliniek.
Daarna werkend in Baarn en Amsterdam.

Mijn leeftijd is nu 76 jaar.

Promotie onderzoek in de jaren 1975-1979 bij Prof.Dr. L. Berrens in Utrecht was: Type III allergie in het bijzonder de vogelhoudersziekte als een beroepsziekte van de bovenste luchtwegen.

Door omstandigheden, buiten mijn schuld, is de promotie niet door gegaan. Wel hebben wij dit onderwerp gebracht op het Internationaal Allergie congres in Jerusalem in het jaar 1979.

Tevens natuurlijk tijdens KNO-congressen en refereeravonden. In het Leerboek Keel-,neus- en oorheelkunde van 1979 heb ik het vermeld in het hoofdstuk Allergie van de bovenste luchtwegen.
 

Het is mij gebleken dat dit ziektebeeld (de Type III allergie), toen en nog steeds, zeer weinig aandacht krijgt. KNO-artsen zijn hierin niet geïnteresseerd. 
Wel is dit bekend bij  Longartsen die het beeld van de extrinsieke alveolitis kennen. Vooral de Duivenmelkersziekte.

Ook in de Allergologie kom ik dit onderwerp bijna niet tegen. In 1983 heeft de Nederlandse Allergoloog Z. Pelikan dit onderwerp beschreven in het blad Allergy. Onderwerp: A New Disease: a Nasal Form of Pigeon Breeder's Disease.

Echter hoe deze ziekte tot stand komt wordt niet vermeld. Dus niet waarom bepaalde mensen wel en andere niet ziek worden van dezelfde hoeveelheid of aard van prikkel. 

Uit mijn onderzoek en ervaring is gebleken dat dit niet afhankelijk is van het agens. Maar wel van de ontvanger die de mogelijkheid van opname heeft gecreëerd door de humorale weerstand van de slijmvliezen te beschadigen.
Dit gegeven heeft, in mijn werkzame leven, het meest de aandacht gekregen. Tot mijn schande, maar ook doordat ik geen promotor meer had, heb ik dit nooit meer verder gepubliceerd.

Mijn conclusie:

De verworven type III allergie - waaronder de ziektes Q-koorts, Legionella, Duivenmelkersziekte en waarschijnlijk nog veel meer ziektebeelden met specifieke prikkels - is een zeer belangrijke pathologische Immuunreactie.
Of deze reactie tot stand kan komen is afhankelijk van de conditie van de slijmvliezen.
Is de humorale weerstand verstoord, door beschadiging van het slijmvlies door b.v. hard snuiten of hoesten en ook medicamentengebruik, dan kan het agens binnen dringen.
Door langdurig contact over vele jaren ontstaat langzamerhand dit destructief reactieproces.
 
Het zal U bekend zijn dat beschreven wordt dat zeker 90%, en waarschijnlijk nog veel meer, van de mogelijke infecties worden "gecleared" door het goed functionerende immuunsysteem.  
Gevonden virussen en bacteriën hoeven dus niet de boosdoener zijn van de ziekte. Voor Uw vakgroep misschien een minder interessante mededeling.
 

Een goed voorbeeld is de Dierenarts, die in 2003 is overleden. Volgens de Virologen veroorzaakt door het H5N1 virus. Volgens mijn overtuiging vanwege deze beroepsziekte. Het praecipitine onderzoek, dat dit had moeten bewijzen, is toen niet verricht.

Dit virus werd ook gevonden bij al zijn medewerkers, die met ruimen van de kippen belast waren, en deze werden niet ziek! De dierenarts zelf was echter ook een groot vogelliefhebber.

Uit mijn onderzoek is indertijd gebleken dat patiënten, waarbij de precipiterende antistoffen op vogels zeer hoge titers vertoonden, zeer langdurig veel contact hadden gehad met deze beesten.

Tevens bleken zij de slijmvliezen flink te beschadigden door hard snuiten, neusophalen, keelschrapen of hoesten. Het ziektebeeld: veel griepjes en "verkoudheden".

Ook de Dierenarts had deze klachten, maar er werd geen aandacht aan geschonken, zolang de longen maar goed blijven functioneren.

Het probleem is dat er meestal vele andere oorzaken voor het ziektebeeld gevonden kunnen worden zoals infectie door andere bacteriën, type I allergie, oververmoeidheid of weersomstandigheden.

Hierbij is m.i. het beschadigen van het slijmvlies, dus de humorale weerstand, het belangrijkste bij verschijnsel. 

Het klinisch beeld bij deze patiënt is: In de neus rood ontstoken gezwollen slijmvlies, eventueel al poliepvorming. Goede neusademhaling. Er worden aanvankelijk dus meestal geen longproblemen geconstateerd.
Allerlei factoren bij elkaar hebben tot zijn dood geleid.
Conclusie:

Mijn overtuiging was en is dat door beschadiging van het slijmvlies de antigenen en organische stoffen de slijmvliezen konden binnendringen en zo de fatale immuunreactie bij de dierenarts werd opgeroepen.

Met Uw collega P.M. Schneeberger heb ik toen gecorrespondeerd over dit onderwerp. Dit werd afgebroken.
Ik kreeg de indruk dat Prof. A. Osterhaus daar geen belangstelling voor had. Dit paste, gezien de publiciteit die hij zocht, niet in zijn straatje dat het virus kan overgaan van dier op mens.

 

Mijn behandelingsmethode bij de ongeveer 50 patiënten met een chronische of recidiverende Rhinitis met zeer frequent vogelcontact was als volgt:

Anamnese: Er is duidelijk veel en langdurig vogelcontact.
                    Hinderlijke slijmvliesreacties. Veel en hard snuiten of de neusophalen. Snurken en hoesten. Geregeld aanvallen van griepjes en verkoudheden.  De frequentie neemt toe.

Onderzoek Neus:  Rode verdikte ontstoken slijmvliezen, meestal geen purulent secreet te zien.
                               Goede neusademhaling.

                               Titers van de Precipiterende antistoffen op verschillende vogels, onderzocht bij het CLB te Amsterdam,  te hoog.

Behandeling.

1. Het contact met deze vogels vermijden.

2. Rust brengen in de slijmvliezen. De wond genezen! Dus o.a. niet meer snuiten en ophalen ( zo nodig: heel voorzichtig ). De patiënt de fysiologie van de slijmvliezen uitleggen.

3. Goede neusademhaling volhouden.

4. Algemene conditie verbeteren.

5. Geen lokale medicamenten toebrengen. Vooral geen corticoïden daar deze de ontstekingsreactie remmen en dus geen genezing bewerkstelligen.

6. Dit minstens een jaar vol houden. Hetgeen ook gemakkelijk mogelijk was.

Vervolg:

Na een jaar weer het antistoffen onderzoek. De titer  werd lager en de klachten verdwenen.
Duivenmelkers die absoluut hun liefhebberij weer wilden beginnen waren hiertoe, na enkele jaren, instaat.

Patienten met een parkiet- of kanarie allergie begonnen er niet meer aan. Maar waren genezen.

Deze behandelingsmethode heb ik vanzelfsprekend ook bij andere allergische en niet allergische patiënten toegepast met groot succes.

U zal begrijpen dat voorlichting over dit onderwerp zeer belangrijk was. Dus schreef ik folders en heb ik van de media gebruik gemaakt.

Ook nu onderhoud ik, min of meer, nog mijn website adviesallergie.nl waarin ik ook dit onderwerp bespreek. Te vinden bij het onderwerp: soorten allergieën en virussen.

Mijn vraag aan uw werkgroep is:
Zou het niet langzamerhand vanzelfsprekend zijn dat men zich afvraagt waarom bepaalde mensen ziek worden van stoffen, bacteriën en virussen en zeer veel mensen niet die toch hetzelfde contact hebben? Dit ziektebeeld is niet familiair bepaald!
Moet U niet meer voorlichting geven waarom zoveel gevonden virussen, schimmels en bacteriën bij patiënten niet de oorzaak zijn van het ziekteproces. Dat U bij gezonde mensen ook veel virussen en bacteriën kan vinden.
Dat Pandemieën meer oorzaken hebben dan alleen de virussen. Dat de overdracht van HIV virussen ontstaat door wondjes in de vagina of penis. Dus wilde sex.
Is er niet iemand die dit onderwerp wil oppakken en verder wil uitwerken? En hierop wel wil promoveren?
   
                                           

In de KNO wereld is geen belangstelling voor dit ziektebeeld, voor zover ik weet. Zij zijn meer geïnteresseerd in de operatieve kant van het vak, en snel medicamenten voorschrijven!

De Allergologen en longartsen kunnen er geen goed weg mee omdat zij het neusonderzoek niet geleerd hebben. Maar dit is wel te leren!

 

Ik denk dat door het afnemen van een goede anamnese de diagnose goed is vast te stellen. Zeker bij die patiënten die nog geen longproblemen hebben.

Uit dit onderzoek kan ook naar voren komen waarom zoveel mensen de Mexicaanse of andere Griep niet krijgen.

Ik ben, gezien mijn leeftijd, iemand uit de risicogroep. Ik ben nooit verkouden, krijg geen griep en heb nog nooit de Griepprik gehaald.

Oorzaak: Probeer zeer goed door de neus te ademen en vooral mijn slijmvliezen niet te irriteren en te beschadigen.

 

Dit is mijn laatste poging om bij een bepaalde groep medici de belangstelling voor dit ziektebeeld op te roepen.

U zult begrijpen dat ik het artikel in Medisch Contact betreffende de Q-koorts niet kan onderschrijven daar ik van mening ben dat er meer is dan de bacterie Coxiella burnetti.

Ook de mensen en dieren waarbij deze bacterie gevonden worden zijn meestal niet ziek!

Dat de Veehouders boos zijn is ook te begrijpen daar het ziektebeeld bij de mens nog niet goed is onderzocht. Er zijn zeer veel Geitenhouders die nooit "Griep" of "Verkoudheid" krijgen. Zoals ook de vele Duivenmelkers.

Was ik jonger geweest dan had ik zeker de media op gezocht  om mijn "afwijkende" mening kenbaar te maken. Met als doel dat ook anderen dit onderwerp serieus willen aanpakken. 

 

Ik hoop dat ik bij U en anderen belangstelling heb opgeroepen deze ziektebeelden bij de mens eens op een andere manier te benaderen. Waarschijnlijk is dit een ijdele illusie.

 

Echter vanzelfsprekend hoop ik een gunstig antwoord van U te ontvangen.

 

Met vriendelijke groeten,

 

E.A. van Dishoeck

KNO-arts



Ga Terug

Zie adviesallergie: Welkom